APRIL
MAART
FEBRUARI
JANUARI
DECEMBER
NOVEMBER
OKTOBER
SEPTEMBER
MEI
JUNI
JULI
AUGUSTUS

MAART

Lenteboden.

Het voorjaar hangt alweer in de lucht te zwerken.Dat is de tijd dat mijn zuster tierig wordt. De hele winter heb je d'r niks aan, dat hangt maar achter de vensterbank te wezen, bah. Maar nu, nu het lente wordt, dan moet je m'n zuster nét hebben. Ze begint wat sterker af te scheiden, je ruikt haar soms al van verre en ze gaat in de weer met hark en spade als een blinde mol die zijn ei kwijt is.

Neem nou gisteren, tegen schemer lopen we nog even door de moes- en siertuin henen totdat mijn zuster inenen opmerkt: "Ach Anna kijkt'r eens, de daffodillen zjn er vroeg bij dit jaar". Nou moet ik er wel bij zeggen, de daffodillen zijn ook onze trots, dat waren vroeger al moeders lievelingsbloemen, dus wij zijn zeer zorgzaam in hun onderhoud. Vandaar dat ik gevoelig als ik nou eenmaal ben, mij afvraag of het niet ál te vroeg is. Er kan nog nachtvorst in de lucht hangen en daar is deze tedere bloem met zijn samengesteld hart van geurige kelkbladeren en lipvormige bloeiwijze nou eenmaal niet op ingesteld. "Ze moeten terug, onder de grond" besluit Kaat dan ook kordaat. Zij buigt de prille stengeltjes en bedekt ze liefdevol met een handjezware kleigrond. Maar zie, de lenterakkers heffen hun kopjes weder hoog en veren terug. "Daar moet gereedschap aan te pas komen" meent mijn zuster en beweegt zich alreeds richting schuurtje terwijl ik haar achterheen roep: "Ach neen Kaat, dat gaat wel met de klomp". "Jawel Anna, daar hebt u nou ook weer gelijk in" voegt mijn zuster mij toe en terwijl ik mij in de richting van het schuchtere gebroed beweeg met de klomp als graafwerktuig in de hand bespringt zij reeds het daffodillenbed en begint onder het slaken van doffe geluiden erbovenoverop te zwalken en schuifelen met haar geklompte voeten,te steppen en te maaien totdat er geen stukje groen meer te zien is. "Zo, zegt ze voldaan, die zien we voorlopig niet meer terug". Wat een energie, wat een daadkracht. Blijmoedig beschouw ik deze pronte vrouw die ik zuster noemen mag. En verder voert ons pad door sier- en nutsgewas terwijl wij beiden genieten van de baltszang der merels. "Ach ziet u wel", zegt mijn zuster op de weke manier die bij haar voor gevoelig moet doorgaan, "ziet u dat kleine zwartgejaste kereltje, dat fluitertje met zijn oranje snebbetje, dat gruizige mereltje daar, dat kan zijn nestje niet meer terug vinden. En ja, nu zie ik het ook. "Neen kleine merelman, meer naar links" roep ik hem toe, "meer naar links, naar lihinks, linksaf dom diertje dat ge d'r zijt". Onderwijl maakt mijn zuster de bijpassende armgebaren, met een overgave of ze een boeing van het grotere type moet binnen loodsen. Het helpt niet, de kleine zwartjakker begrijpt er niks van. Ik pak een klein kiezeltje op en werp dat in de gewenste richting. "Daar stommerd, daar moet je wezen". "U hebt gelijk" meent onze Kaat "wie niet horen wil"... En met een bovenhandse worp lanceert ze een klinker van middenformaat richting merelnest. Even is het stil. Het merelengejuig is verstomd, de natuur houdt haar adem in vanwege dit groots gebaar. "Ach, ik wist niet dat ik zo goed mikken kon" mompeld mijn zuster en wij horen beiden het zachte plofje op het tegelenpad. "Midden in de roos lieve Kaat" zeg ik dan maar en bedenk me dat het beter is haar nu naar binnen te loodsen alvorens ze wederom haar oerkrachten inzet ter bescherming van deze kwetsbare lentevorming. Nog niet heb ik haar via de vaalt over het grint naar de achterkoer geleid of haar oog valt op een stoet miertjes. "Ziet u dat zuster, ze zoeken hun voedselbron en zijn aldoende wat ver afgedwaald. "Kom, ik help ze wel even"............

Ach de lente, de lente wezenschoon en ondoorgrondelijk voor mens en plant en dier. 

Anna Schalkens.

lbbespiegelingen
kijkfilmpjes
THEATER OP MAAT
THEATER OP MAAT
DE WMO-SHOW
DE WMO-SHOW
BROKKEN
BROKKEN
MAKERS
MAKERS
CONTACT
CONTACT
WAT WE DEDEN
WAT WE DEDEN
JUNI