SEPTEMBER
Eusj, mijn beste en enige zuster Kaat,
ik weet wel dat ik vanochtend om kwart na 7 bij het vertrekpunt moest staan, voor het jaarlijks uitstapje met den Bond, maar dan nog hoefde u mij niet reeds voor drieën uit de bedstede te verwijderen. Doch het is vergeten en vergeten want ditmaal was ik wel op tijd. Het was echt een gezellige aangelegenheid. Eusj, Truida was er, u weet wel de oudste van Slabbers en Door Poldervraat, Stien van den Bakker, Truus en Coba, Armgat van Zwaals; ze waren er weer allemaal, behalve Annegien Zeugers, die zat met d’r zuur been; en u dan natuurlijk, maar u bent nooit van de partij als het eens gezellig dreigt te worden. Nou ja, affijn om half acht konden we dan vertrekken en de bus bestijgen en u raait nooit, want wie zat daar achter het stuur?...... Gaus, Gaus van Baveren die vroeger altijd bij de pont liep totdat ’t over was. Nou ja en u kent Gaus ook nog wel uit die tijden. En ’t was nog net als toen. Altijd een grapje, dan weer een leuk geintje, af en toe een woordspelinkje en weet u (dat wisten wij indertijd nog niet) maar Gaus is ook een zeer begaafd imitator, eusj. Dan trekt ie zo’n gek scheefs gezicht en dan gaat ie zo hoeps iemand nadoen en het best van al kant’ie de gnoe. Zoals Gaus de Gnoe doet. Nou u begrijpt, de stemming zat er al danig in en toen even voorbij Hoog-Avezaath Stemerdien van d’n fokker ook nog wagenziek werd, toen was ’t gezang al in’t geheel niet van de lucht; En we gaan nog niet naar huis, nog lange niet, nog lange niet en keervers.
Ubegrijpt, ik heb u nog geen moment gemist en hoop maar dat het bij u anders is..
H.G. Anna.